Tagarchief: masker

Korte cursus Bahasa Indonesia (Indonesische taal) Vrije Universiteit Arnhem van start op 26 september 2013

VolksuniversiteitArnhem-BahasaIndonesia-DwiBhumi-AafkeDeJong2013Op donderdag 26 september a.s. gaat een tien avonden tellende basiscursus Indonesische taal (bahasa Indonesia) o.l.v. docent Aafke de Jong (drs.) van DwiBhumi van start aan de Volksuniversiteit Arnhem.

Het doel van deze cursus is dat u zich op reis door de ‘Gordel van Smaragd’ verstaanbaar kunt maken in hotels, banken, winkels, op de markt etc. U leert veel woorden en eenvoudige zinnen die u tijdens uw reis nodig heeft, waardoor er deuren voor u zullen opengaan die anders wellicht gesloten zouden blijven.

Vanwege ons deels gezamenlijke verleden hebben het Indonesisch en het Nederlands over en weer veel woorden van elkaar ‘geleend’. Kijk maar eens naar de volgende, inmiddels wel ietwat gedateerde, Nederlandse zinnen:

‘Wat een soesa!’ (susah = moeilijkheden)
‘Dat is mijn pakkie-an niet!’ (bagian = afdeling)
‘Ga eens met je vuile kakkies van mijn tapijt af!’ (kaki = voet(en)                                ‘Houden jullie eens op met bakkeleien (berkelahi = ruzie maken)                                      ‘Hij is een echte branieschopper! (berani = durven/moedig)

Ook in het Indonesisch gebruikt men dagelijks woorden die uit het Nederlands komen, zoals aspal (= asfalt), atrek (= achteruit) en ook kom je een eind met kenalpot als je je auto of motorfiets wilt laten repareren. Verder verschilt het Indonesisch wat betreft grammatica erg van het Nederlands. Ondanks de vele regionale verschillen die zich uiteraard binnen de meer dan 13.000 eilanden tellende vulkanische keten voordoen, kan men zich echter in het algemeen vrij snel verstaanbaar maken. Het bahasa Indonesia is dan ook in de loop der jaren een taal geworden die de bewoners met elkaar verbindt en die men bijvoorbeeld standaard in kranten, op reclameborden en op radio en televisie tegenkomt.

Tijdens de cursus is er verder uiteraard uitgebreid aandacht voor lokale gewoonten, gebruiken en etiquette, wat uw verblijf in het Zuidoost-Aziatische land zeker zal veraangenamen.

Start: donderdag 26 september  | 20:30 – 22:00 uur  |  Arentheem College Arnhem  |  142 Euro voor 10 lessen

U kunt zich nu inschrijven via: http://www5.volksuniversiteit.nl/arnhem/

 

Van alle tijden: het Ramayana

Op uitnodiging van Wereldtheater.nl (voormalig Tropentheater, onderdeel van het Tropenmuseum ) verzorgde een docent van DwiBhumi vandaag een aantal workshops Balinees danstheater voor de leerlingen bovenbouw van het Liemers College in Zevenaar.

Prinses Sita wenend in het woud
Leerlingen leven zich in in de rol van de treurende prinses Sita

Na een korte introductie en kennismaking met vier van de beroemde personages uit het van oorsprong Indiase verhaal – prins Rama, zijn vrouw Sita, de demonenkoning Rahwana en Hanoman, de aanvoerder van het apenleger – gingen de leerlingen zelf aan de slag. De opdracht was de Balinese dansbewegingen en het al eeuwenoude verhaal, dat zich in de loop der tijd over heel Azië heeft verspreid, naar hun eigen cultuur en tijd te vertalen.

Oefenen voor de rol van prins Rama
Oefenen in het schieten met pijl en boog voor de rol van prins Rama
Sterfscene van Rahwana, de koning van de demonen
Sterfscene van Rahwana, de koning van de demonen

Met behulp van enkele rekwisieten uit het Balinese danstheater, zoals expressieve maskers, pijl en boog, felgekleurde, met goudverf beschilderde sarongs en angstaan-jagend lange nepnagels, konden de leerlingen zich goed inleven in de verschillende personages uit de scene waarin prinses Sita wordt ontvoerd door de demonenkoning Rahwana. Zo blijkt een op het eerste oog onderdanige prinses best haar mannetje te kunnen staan. En zal een demon weliswaar altijd een demon blijven, maar kan hij toch ook “desperately in love” raken. En is ook een trotse kroonprins wel eens ten einde raad. Maar dat laatste komt heus wel weer goed, mits hij open staat voor de goeie tips van zijn vrienden…….

Alle deelnemers van de workshop
Leerlingen van het Liemers College in Zevenaar – workshop Ramayana, door DwiBhumi, in opdracht van Wereldtheater (voormalig Tropentheater)

 

Klik op de foto’s voor groot formaat

Kijk voor meer informatie ook eens op: http://www.tropentheater.nl/wereldtheater

Over VOC-mentaliteit gesproken: ons gezamenlijk geheugen als inspiratiebron voor Balinese dans

untung surapati Balinese dans Legong Guruh Sukarnoputra
Cover van Indonesisch stripalbum over de Balinese held Untung Surapati

In 1968 presenteerde Indonesië’s roemruchte tweede president, Soeharto, het eerste van een reeks ‘Repelita’ (acroniem van Rencana Pembangunan Lima Tahun), zogenaamde vijfjarenplannen. Met behulp van deze plannen wilde zijn regering de bevolking van de diverse regio’s bewust maken van het belang van een eensgezinde natie. Om eventuele jaloezie tussen de verschillende eilanden van de archipel te voorkomen (Aceh heeft olie, Bali toerisme etc.), moest hun gezamenlijke historische achtergrond worden benadrukt. Zo werd de zeer gevarieerde regionale cultuur van het grote eilandenrijk ondergeschikt aan één nationale cultuur in wording.

Na het oprichten van conservatoria op onder andere Java en Bali eind jaren ’60, kreeg een aantal choreografen opdracht van overheidswege om massale dansproducties te maken voor grote podia. Tijdens deze Sendratari (weer een acroniem, ditmaal van seni (kunst), drama (drama/toneel) en tari (dans)) wordt ook vaak nu nog rond 17 augustus, Hari Raya Merdeka (nationale Bevrijdingsdag), de geboorte van de eenheidsstaat Indonesië met veel pracht en praal ten tonele gebracht. Een ander voorbeeld van opgelegd nationalisme vanuit de regering is het instellen van de Hari Pahlawan, nationale Heldendag, jaarlijks terugkerend op 10 november. Eén van de keer op keer gelauwerde helden is Untung Surapati, een Balinese slaaf die de sociale ladder steeds hoger beklom en het Nederlandse leger in de VOC-tijd een lesje leerde. Over hem dadelijk meer.

Surapati verslaat Tack - Tropenmuseum - VOC - Legong - Guruh Sukarnoputra - DwiBhumi Balinese dans
Surapati (l-midden) verslaat Kapitein Tack (r-midden, zie het verschil in grootte!) in Kartasura in 1684. Collectie Tropenmuseum (schilder Tirto/Grisek)

In de jaren volgend op het aftreden van Soeharto (1998) leek er meer ruimte te komen voor de afzonderlijke regio’s om hun eigen identiteit zichtbaarder te maken. Een tendens die momenteel over de hele wereld waarneembaar is en misschien juist wel door de mondialisering lijkt te worden aangewakkerd. Echter, zoals het zo vaak gaat in naties waar een dictator van zijn sokkel valt, is er vrijwel direct na die val sprake van algehele chaos en verwarring. Meerdere groeperingen wedijveren om de macht. Zo krijgt ook in Indonesië een fundamentalistisch Islamitische gedachtengang steeds meer voet aan wal en probeert er bijvoorbeeld een anti-pornowet door te voeren. Dit zou kunnen gaan betekenen dat Balinese vrouwen niet meer met hun doorzichtige kanten kebaya’s in tempels mogen verschijnen en dat danskostuums die de schouders onbedekt laten, zoals bij zeer veel Balinese (tempel)dansen het geval is, ‘not-done’ kunnen gaan worden. Bovendien zouden bepaalde heupwiegende bewegingen die in allerlei dansvormen over de gehele archipel voorkomen (met name in de populaire muziek- en danssoorten Jaipongan en Dangdut) als aanstootgevend kunnen worden ervaren en dus volgens menig imam verboden moeten worden. Tot nu toe blijft het echter bij een, weliswaar steeds heftiger wordende, discussie. De stem van het volk is vooralsnog te sterk. Maar je kunt je afvragen of het simpelweg een geval van is van ‘godsdienstvrijheid’ dat er vlak bij (en hoger gelegen dan) de Pura Ulun Danu, een van de belangrijkste Hindoe-tempels op Bali, een moskee is verrezen. En waarom er op de spandoeken van diverse bakso-kraampjes nu opeens ‘halal’ wordt vermeld. In reactie daarop is er dan natuurlijk meteen ook maar een ‘bakso Bali’-variant in het leven geroepen. Eentje met varkensvlees dus. Maar ik dwaal af.

Guruh Sukarnuputra Legong Untung Surapati DwiBhumi Balinese dans
Guruh Sukarnoputra temidden van de dansers van Legong Untung Surapati – foto: www.baliwww.com

Op welke manier laten Indonesische choreografen zich eigenlijk inspireren door hun nationale geschiedenis? Als voorbeeld neem ik de choreografie Legong Untung Surapati van Guruh Sukarnoputra, notabene de jongste zoon van Indonesië’s eerste president, Sukarno (of Soekarno), het boegbeeld van het nationalisme (ik geef toe, één voorbeeld is een beetje aan de karige kant, maar anders wordt het een nog langer verhaal… dit is internet, bedoelt om te zappen, dus u bent vast een van de weinigen die het leest, waarvoor ik u zeer erkentelijk ben).

Deze dans, kwa structuur, beweging en kostuums geïnspireerd op het klassieke, of traditionele zo u wilt, Balinese hofdansgenre Legong Keraton, vertelt het verhaal van een 17e eeuwse held die zich vanuit Bali als slaaf liet verkopen op een VOC-schip. Kapitein Moor had bewondering voor hem en gaf hem de bijnaam ‘Si Untung’ – ‘De Gelukkige’. In Batavia, het huidige Jakarta, aangekomen genoot hij in eerste instantie dan ook grote vrijheid. Op een dag echter begon hij een affaire met de dochter van de kapitein, Suzanne.

Suzanna Moor - Untung Surapati - DwiBhumi Balinese dans
Suzanna Moor, dochter van Kapitein Moor en geliefde van Untung Surapati. Collectie Rijksmuseum. Schilder onbekend (1629)

Dit moest hij bekopen met een gevangenisstraf. Untung wist te ontsnappen en maakte uit wraak met een bende heel Batavia onveilig. Toch won hij later het vertrouwen van de Nederlanders terug en werkte zich zelfs op tot luitenant van het VOC-leger. Hij speelde echter op listige wijze de sultan van Surakarta en de Nederlanders tegen elkaar uit, waardoor hij er uiteindelijk in slaagde het Nederlandse leger, dat onder leiding van kapitein François Tack stond, in de val te lokken. Hierna stelde hij zichzelf aan als Sultan van Pasuruhan. ‘De Gelukkige’ versloeg nog vele koninkrijken, maar stierf uiteindelijk toch een zeer ongelukkige, maar heldhaftige dood in een gevecht tegen de Nederlanders in 1706.

In zijn moderne Legong heeft Guruh op creatieve wijze gebruik gemaakt van allerlei props die er niet om liegen, zoals een pistool en een groot masker van een blanke man met baard, Kapitein Tack die er van langs krijgt voorstellende (zie foto hieronder). Er wordt door de spelers van het Balinese gamelan-orkest op trommels geroffeld en dansers dragen rood-witte sjerpen daar waar zij de Indonesische kant van het leger verbeelden. Rood en wit zijn immers de kleuren van de Indonesische vlag. Het is actie en drama ten top. Een sterk staaltje geschiedenis en vaderlandsliefde samenkomend op het toneel.

Als ik nu in de Tweede Kamer zat zou ik dus nog maar eens goed nadenken over het te hard dichtdraaien van de subsidiekraan voor kunst en cultuur…

Kapitein Tack Legong Untung Surapati Guruh Sukarnoputra Balinese dans
Repetitie voor Legong Untung Surapati. Danseres draagt masker dat Kapitein Tack voorstelt en een sabel – foto: www.baliwww.com

Maar ook als Indonesiër anno twee-duizend-en-twaalf kun je niet om Untung Surapati heen. Zo heeft Jakarta een universiteit naar hem vernoemd en dragen wegen op de diverse eilanden zijn naam. Tevens schittert hij als hoofdrolspeler in stripverhalen en televisiedrama’s. Je komt hem zelfs tegen als personage in de gelijknamige roman van Melati van Java (pseudoniem voor Nicolina Maria Sloot), een Indische schijfster uit het voormalige Nederlands-Indië (zie bijvoorbeeld www.damescompartiment.nl).

Bali-Jalan_Untung_Surapati

 

 

Jammer dat ik u momenteel bovenstaande dansscène, met onder andere de onlangs gehuldigde danseres A.A. Ayu Bulantrisna Djelantik, schuldig moet blijven, daar ik mijn video-band van de voorstelling nog moet laten digitaliseren. Hopelijk duurt dat niet lang meer. Vooralsnog mijn excuus!

 

Algemene informatie over Balinese dans: een introductie

Balinese dans – een introductie

Balinese dans (dansen = ngigel (laag Balinees) of masolah (hoog Balinees)), tari Bali in het Indonesisch, ligt diep geworteld in de religie; een unieke samensmelting van Hindoeïsme, Boeddhisme en voorouderverering. Tijdens de vele kleurrijke tempelceremonies op het Indonesische vulkaaneiland helpt dans de balans tussen ‘positieve’ en ‘negatieve’ krachten in stand te houden. De Balinese ‘kijk op de wereld’ is gebaseerd op het geloof in een ontastbare, onzichtbare wereld – niskala -, naast een tastbare, zichtbare wereld – sekala -. Het doel van de Balinese religie en de taak van de Balinezen is deze twee werelden steeds opnieuw met elkaar in balans te brengen, waardoor geluk en harmonie in het leven kunnen ontstaan.

DwiBhumi Bali offerandes
Balinese vrouwen dragen offerandes naar de tempel.
DwiBhumi Bali tempel Hindoeisme
Balinese tempel met meru-daken
Bali offers Hindoeisme DwiBhumi balinese dans
Balinees sarad-offer gemaakt van rijstdeeg

 

 

 

 

 

Kenmerkend voor de Balinese dans zijn niet alleen de indrukwekkende kostuums, maar vooral ook de expressieve gelaatsuitdrukking, de sierlijke, soms vloeiende en ingetogen, dan weer felle en krachtige hoofd-, nek-, schouder-, arm- vinger- en teen(!)bewegingen. En niet te vergeten de nauwe samenwerking met de muziek, gamelan.

Training van jonge dansers
De training van dansers op Bali begint al op jonge leeftijd. In de bale banjar (open wijkgebouw) van de meeste wijken kun je op gezette tijden of vlak voor een tempelfestival (odalan) kinderen en volwassenen zien oefenen. Er zijn vaak meerdere dansdocenten aanwezig en de meest begaafde leerlingen staan vooraan.

DwiBhumi Bali Balinese dans
Leraar corrigeert de beweging van een jonge danseres. Foto: Hedi Hinzler

 

De docent kneedt de lichamen van de dansers in de juiste houding (de basishouding heet agem), net zo lang totdat ze op de muziek van een echt gamelan-orkest mogen oefenen en zich zo kunnen voorbereiden op hun eerste optreden in de tempel.

Taksu
Bij dansen in de tempel gaat het in eerste instantie om religieuze toewijding. Hoogstaande techniek wordt door het kritische publiek van mensen echter wel zeer gewaardeerd en minder bekwame dansers worden vaak zonder pardon uitgelachen. In principe kan en mag iedereen aan een tempelvoorstelling meedoen (op o.a. zwangere vrouwen, vrouwen die in hun menstruatieperiode zitten en rouwenden na).

DwiBhumi Bali Balinese dans Arma Museum Ramai
Jonge dansers bereiden zich voor op een optreden in een tempel – foto: Aafke de Jong

Een danser wordt beoordeeld naar de mate waarin hij of zij taksu (bezieling) bezit en dit weet over te brengen op het publiek. Het toppunt is bereikt als een danser het karakter dat hij of zij danst niet alleen perfect uitbeeldt, maar ook daadwerkelijk lijkt te worden. Hoe geloofwaardig ben je als danser in de ogen van het publiek? Dat is waar alles om draait.

Videobeelden van een dansles op Bali voor meisjes (ARMA Museum Ubud/Peliatan, docent: Ni Gusti Ayu Raka Rasmi):

Videobeelden van een dansles op Bali voor jongens (ARMA Museum Ubud/Peliatan). De leraar, I Wayan Jayamerta, leert hen de basis van de krijgsdans Baris Tunggal.

Dansgenres – Er is een groot aantal dansgenres op Bali, afhankelijk van plaats (desa), tijd (kala) en situatie (patra). Zo zijn er solodansen waarin je kunt uitblinken en groepsdansen waarin je je achter een meer getalenteerde ‘collega’ kunt verschuilen. Er zijn dansen met of zonder verhaal, maskerdansen, krijgsdansen, hofdansen, dansen die zelf het ritueel vormen (bv. trance-dansen), maar ook dansen die de ceremonie opluisteren en vervolmaken of dienen ter vermaak en educatie van het publiek. Het publiek bestaat voor de Balinezen niet alleen uit de tempelgangers, maar ook uit goden, demonen, voorouders en natuurlijk (buitenlandse) gasten…

Uiteraard werpt het bovenstaande slechts een kleine blik in het hoe en waarom van Balinese dans. Voor wie meer wil weten; lees veel over Bali, volg een workshop of kom naar een van onze lezingen!

Of natuurlijk het allerleukst van alles: ga zelf een keer naar Bali!

Kijk onder dansrepertoire DwiBhumi om te zien welke dansen DwiBhumi uitvoert. Of laat je inspireren door te klikken op foto/video of laat zelf je handen wapperen tijdens een van onze workshops, bijvoorbeeld de workshop Balinese dans, workshop wayangpoppen maken of workshop offerandes maken.

Lezen over Bali en Balinese dans
Voor de serieus geinteresseerde raden wij een aantal interessante boeken aan. Hier vindt u een boekenlijst met enkele tips.

Tekst: Aafke de Jong ©

Arma Ramai (ARMA Museum) – Het Wereldkinderfestival

DwiBhumi-Arma Ramai-Museum Arma-Wereldkinderfestival
Arma Ramai – Tableau de la troupe

In 2003 nodigde Het Wereldkinderfestival van Planet Jr. Productions het Balinese jeugdgamelan- en dansgezelschap Arma Ramai van het Agung Rai Museum of Art (ARMA Museum) uit Peliatan, vlakbij Ubud, uit voor een tournee van zes weken door Nederland. Danseres, choreografe en oprichtster van DwiBhumi Aafke de Jong was hun tourmanager Ook deed zij de research en vertaling voor de film ‘Dansen voor de goden’ die in het kader van dit festival op scholen werd vertoond.

De film volgt het dagelijks leven van het 11-jarige jongetje Kadek Mas. Te zien is o.a. hoe zijn huistempel eruit ziet, wat hij op school leert en hoe hij zich klaarmaakt voor zijn eerste officiele optreden van de Balinese krijgsdans Baris Tunggal in kostuum.

‘Dansen voor de goden’ kwam o.a. tot stand met filmmaker Matthieu Landweer (scenario), Marco Zaayer (camera), Arno Peeters (geluid), Agung Rai, danser I Wayan Jayamerta, poppenspeler (dalang) I Wayan Wija, componist I Ketut Cater en maskermaker I Ketut Sarwa. Het resultaat is hieronder te bekijken:

Clip van de voorstelling speciaal gemaakt voor de tournee door Nederland, Wereldkinderfestival 2003: