Tagarchief: kunst

Korte cursus Bahasa Indonesia (Indonesische taal) Vrije Universiteit Arnhem van start op 26 september 2013

VolksuniversiteitArnhem-BahasaIndonesia-DwiBhumi-AafkeDeJong2013Op donderdag 26 september a.s. gaat een tien avonden tellende basiscursus Indonesische taal (bahasa Indonesia) o.l.v. docent Aafke de Jong (drs.) van DwiBhumi van start aan de Volksuniversiteit Arnhem.

Het doel van deze cursus is dat u zich op reis door de ‘Gordel van Smaragd’ verstaanbaar kunt maken in hotels, banken, winkels, op de markt etc. U leert veel woorden en eenvoudige zinnen die u tijdens uw reis nodig heeft, waardoor er deuren voor u zullen opengaan die anders wellicht gesloten zouden blijven.

Vanwege ons deels gezamenlijke verleden hebben het Indonesisch en het Nederlands over en weer veel woorden van elkaar ‘geleend’. Kijk maar eens naar de volgende, inmiddels wel ietwat gedateerde, Nederlandse zinnen:

‘Wat een soesa!’ (susah = moeilijkheden)
‘Dat is mijn pakkie-an niet!’ (bagian = afdeling)
‘Ga eens met je vuile kakkies van mijn tapijt af!’ (kaki = voet(en)                                ‘Houden jullie eens op met bakkeleien (berkelahi = ruzie maken)                                      ‘Hij is een echte branieschopper! (berani = durven/moedig)

Ook in het Indonesisch gebruikt men dagelijks woorden die uit het Nederlands komen, zoals aspal (= asfalt), atrek (= achteruit) en ook kom je een eind met kenalpot als je je auto of motorfiets wilt laten repareren. Verder verschilt het Indonesisch wat betreft grammatica erg van het Nederlands. Ondanks de vele regionale verschillen die zich uiteraard binnen de meer dan 13.000 eilanden tellende vulkanische keten voordoen, kan men zich echter in het algemeen vrij snel verstaanbaar maken. Het bahasa Indonesia is dan ook in de loop der jaren een taal geworden die de bewoners met elkaar verbindt en die men bijvoorbeeld standaard in kranten, op reclameborden en op radio en televisie tegenkomt.

Tijdens de cursus is er verder uiteraard uitgebreid aandacht voor lokale gewoonten, gebruiken en etiquette, wat uw verblijf in het Zuidoost-Aziatische land zeker zal veraangenamen.

Start: donderdag 26 september  | 20:30 – 22:00 uur  |  Arentheem College Arnhem  |  142 Euro voor 10 lessen

U kunt zich nu inschrijven via: http://www5.volksuniversiteit.nl/arnhem/

 

Van oude dingen waarvan je hoopt dat ze nooit voorbij gaan, zoals cassettespelers, gamelans, deuren, pepsodent, bemobusjes…

In de Moesson (het Indisch maandblad van Nederland) van deze maand (juli 2013, 58ste jaargang nr. 1) staat een artikel over Hotel Tandjung Sari in Sanur, Zuid-Bali. Brengt me weer terug naar 1993 toen ik voor het eerst naar Bali ging, pas afgestudeerd aan de Rotterdamse Dansacademie en nog vrij Bali-bleu. Naast m’n dagelijkse trainingen bij mijn docente Ibu Jero Puspawati in haar woning, de Puri Ksatrya aan de Jalan Veteran vlakbij het beroemde Bali Hotel in Denpasar, nam ik twee keer per week deel aan de openbare danslessen in het eerstgenoemde hotel.

De toenmalige leiding van Tandjung Sari, waar menig internationaal befaamd artiest ooit de nacht doorbracht, onder wie Ingrid Bergman, Mick Jagger, David Bowie, Ringo Star en Calvin Klein, had de lokale kunst en cultuur hoog in het vaandel staan. Zo herkende ik zelfs in de ietwat bewierookte documentaire ‘Bali, masterpiece of the gods’, uitgegeven door National Geographic in 1990, de unieke tegelvloer van het hotel, waarop zich in de film een dansscène afspeelt.

Het was een luxe setting. We kregen les in groepen oplopend in leeftijd en van de beste docenten. Mijn eigen docente Ibu Jero Made Puspawati zelf was altijd present. Daarnaast was er ook Ibu Agung Susilawati. Zij stond erom bekend dat ze de leerlingen nogal hardhandig – lees: niet meer zo van deze tijd – aanpakte. Zo ben ik ook een keer door haar gecorrigeerd, wat averechts uitpakte, want door haar duw kwam ik ten val (een teken dat ik inderdaad niet in balans stond, daarin had ze dan toch gelijk). Het uitzicht op zee maakte echter veel goed.

TandjungSari-BalineseDansDwiBhumi3 gamelan Semar Pagulingan-1
De gamelan Semar Pagulingan in Hotel Tandjung Sari, Sanur, Zuid-Bali (1993). Foto – Aafke de Jong

Maar nog belangrijker; de lessen werden live begeleid door een groep senior gamelanspelers uit de omgeving, in plaats van door het knarsende geluid van een verjaarde cassettespeler (cd’s waren er toen nog niet). Het orkest waarop ze speelden was een oud Semar Pagulingan-ensemble met een melancholische klank. Op deze manier had je iedere les het gevoel direct een optreden weg te geven, al was je nog maar halverwege het leerproces. De (misschien ingebeelde) kritische blikken van de muzikanten maakten dat je bijna iedere les met verhoogde hartslag nog meer je best pretendeerde te doen dan de keer daarvoor en de keer daarvoor. Bluffen is een tweede natuur van veel dansers.

Ook Bapak I Nyoman Rembang, betekenisvol componist, muzikant en instrumentmaker, was ook met enige regelmatig aanwezig. Voor mijn afstudeerscriptie voor de Universiteit Leiden in 1998 heb ik hem nog kunnen interviewen over liedteksten voor Legong Keraton-composities. Dat was slechts enkele jaren voordat hij overleed (in 2001). Aan hem verloor Bali wederom een innemend, bescheiden en talentvol kunstenaar.

HotelTandjungSari-BalineseDansDwiBhumi
Deur van Hotel Tandjung Sari in Sanur, Zuid-Bali, met uitzicht op de Indische Oceaan. Foto – internet

Er was ook altijd wel publiek dat naar de lessen in Tandjung Sari kwam kijken. Hotelgasten of toeristen die toevallig een strandwandeling maakten, maar ook buurtbewoners, gluurden nieuwsgierig door de altijd half openstaande en door de zilte zeewind prachtig verweerde deur die rechtstreeks uitzicht bood op de Indische Oceaan. Ik heb een zwak voor alles dat oud is. Een museumdweper, zoals je zou kunnen vermoeden. Op Bali kun je jezelf dan ook al snel voor de gek houden. Door het vochtige tropische klimaat lijkt ook een paar maanden oud beeld daar al snel antiek.

Op de onderste foto staat Putu Evie Suyadnyani, in groen geblokte sarong en wit t-shirt. Toen nog een meisje van een jaar of tien en de sterdanseres van de groep. Ze blonk uit in de dans van de condong uit de Balinese hofdans Legong Keraton Lasem (ikzelf neem hier overigens even een pauze, zittend rechts achter naast een bevriende Japanse dansstudente). Het was hier overigens ook dat ik er, na enkele weken op Bali te zijn, achter kwam waarmee de danseressen voor een optreden de witte stippen op hun gezicht aanbrachten; met Pepsodent, (toen zowat het enige merk tandpasta)!

Zo’n tien later bracht ik nog eens bezoek aan het hotel om te kijken of er nog lessen werden gegeven. Dit was helaas nog maar mondjesmaat het geval. Maar het ergst vond ik dat de oude gamelan er niet meer stond. Veel spelers waren inmiddels overleden en er was weinig interesse onder de jeugd te bespeuren. Dat was overigens niet het enige dat er veranderd was. Ook reden er nauwelijks nog bemo’s in Sanur (soort bestelbusjes die dienen als openbaar vervoer, je houdt ze aan met je hand en als je wilt uitstappen roep je gewoon “stop, Pak!’). Destijds namen we voor tweehonderd Rupiah de bemo vanuit het Art Centre (Taman Budaya) in Denpasar en reden er in tien minuten naartoe.

TandjungSari-BalineseDansDwiBhumi3
Dansles in Hotel Tandjung Sari, Sanur, Zuid-Bali (1993). Foto – Ed de Jong

Maar er was meer. Inmiddels bleek Evie goed en wel getrouwd met een muzikant/musicoloog uit Nieuw-Zeeland! Samen besloten zij een eigen conservatorium voor Balinese dans en gamelan op te richten in Sanur: Mekar Bhuana. Ze zetten zich in voor het behoud van dans- en muziekstijlen die verloren dreigen te gaan. Zo sporen ze antieke gamelans op die anders waarschijnlijk zullen worden omgesmolten tot een modern Gong Kebyar-orkest. Vervolgens restaureren ze de instrumenten en doen ze veldonderzoek naar het bijbehorende repertoire. Hier kun je als buitenlander ook lessen volgen.

De tijd staat uiteraard niet stil. Maar gelukkig zijn er ook die het belang van traditie voor het nageslacht inzien. Toch is het hotel zijn vroegere glans niet helemaal kwijt. Iedere eerste en derde zaterdag van de maand vindt er in de avonduren een dansvoorstelling plaats. En die is gelukkig niet alleen voorbehouden aan voor de gasten van het hotel, want een overnachting in dit romantische oord ligt voor de meesten onder ons buiten bereik van de portemonnee. Tenzij je ergens nog een oude sok hebt liggen.

Links: Moesson  |  Hotel Tandjung Sari  |  Mekar Bhuana Conservatorium

Tientallen kilo’s op je hoofd

Tong Tong Festival 2013 DwiBhumi Balinese offerandes Aafke de Jong-4 kopie
Deelnemers aan de workshop maken samen een banten gebogan

Dat de meeste Balinese dansers en danseressen lenige vingers hebben moge duidelijk zijn. Maar soepele handen zijn op Bali ook nuttig voor het prepareren van de dagelijkse offerandes. In ieder huishouden worden iedere dag in grote hoeveelheden kleine creaties gesneden, gevouwen en vervolgens geweven. Voor grotere ceremonies zijn nog grotere aantallen nodig en tonen de vormen meer diversiteit.

Tong Tong Festival 2013 DwiBhumi Balinese offerandes Aafke de Jong-1
Aafke de Jong van DwiBhumi geeft uitleg over Balinese offerandes – foto: Jeroen Langeveld

De meeste Balinese vrouwen kennen zo’n veertig verschillende vormen uit hun hoofd. Voor speciale gelegenheden schakelt men hulp in van een speciale tukang banten, een offerandespecialiste, meestal van hoge(re) kaste, die de ingewikkeldste vormen en alle details kent.

Op Bali zijn dans en cultuur met elkaar verbonden. Tijdens de Tong Tong Fair dit jaar kon DwiBhumi zich gelukkig dan ook van meerdere kanten laten zien.  We kwamen niet alleen met een nieuw dansprogramma, maar gaven tevens een workshop over Balinese offerandes. Het Hindoeïsme is immers de basis van de verschillende kunstvormen op het eiland.

Tong Tong Festival 2013 DwiBhumi workshops Balinese offerandes Aafke de Jong-13 kopie
Een van de deelneemsters probeert een groot offer van fruit en koek op het hoofd te dragen – foto: Jeroen Langeveld

De belangstelling was groot. Na een korte inleiding over de functie van het maken van offerandes op Bali, maakten alle deelnemers samen een zogenaamde banten gebogan, oftewel een offer op een voetstuk, waarbij fruit, koek en bloemen om een jonge banenenstam worden gerangschikt. Vervolgens worden zulke offerandes op het hoofd naar de tempel gedragen. Enkele deelnemers wilden dit ook zelf proberen. Een gewicht van meer dan tien kilo – en dat was nog een eeg lichte, vergeleken bij sommige Balinese offerandes – draag je niet zomaar even op je nek, zeker niet zonder handen. Balinese vrouwen zijn vaak in staat zwaardere dingen te mee te torsen dan mannen! Toen ik nog op Bali woonde en daar een keukentje aan het bouwen was voor onze kookworkshops, lukte het mijn twee Balinese vrienden niet de koelkast van ongeveer vijftig kilo te versjouwen. Ze riepen een meisje van een jaar of zestien naar zich toe dat toevallig langsliep en beloofden haar een paar duizend Rupiahs als zij de koelkast naar zijn nieuwe plek zou dragen. En zo geschiedde. In haar eentje.

Na het maken van het grote offer gingen we, uiteraard bij gebrek aan vers palmblad hier in Nederland, met papier aan de slag. Het resultaat leek echter toch dicht in de buurt te komen van wat je in de huizen, gewoon op straat en op de talloze altaars op het Indonesische eiland tegenkomt. Ik hoop dan ook dat iedereen tevreden en geïnspireerd naar huis ging.

Tong Tong Festival 2013 DwiBhumi workshop Balinese offerandes Aafke de Jong-27 kopie
Een deelneemster laat trots het eindresultaat van de workshop Balinese offerandes maken zien tijdens de Tong Tong Fair 2013 – foto: Jeroen Langeveld

Wil je meer weten over de Balinese religie en de achtergronden van het maken van offerandes op Bali? Op dinsdag 16 juli a.s. om 19:30 uur geef ik tijdens de Apeldoornse Indische Zomer van de Stichting Indisch Erfgoed een lezing over dit onderwerp met vele mooie foto’s en praktijkvoorbeelden.

Kijk ook op: www.indischerfgoed.nl

Conferentie zet Noord-Bali op de kaart

Vier jaar na de eerste editie vindt van 1 – 4 augustus 2013 op de Universitas Pendidikan Ganesha oftwel Undiksha in Singajara, Noord-Bali, het tweede International Conference & Festival for North Balinese culture plaats. De organisatie is in handen van een gecombineerd Balinees-Nederlands team van experts: I Gede Yudi Gautama, Hedi Hinzler, Henrice Vonck, I Gede Sanat Kumara en I Gusti Bagus Sudyatmaka Sugriwa.

Innovatie en creativiteit – Het thema van dit jaar is ‘Innovation and Creativity’. Een thema gebaseerd op de overtuiging dat Noord-Bali’s unieke cultuur de capaciteit heeft om zichzelf met een eigen artistieke handtekening op het wereldpodium te zetten, gekenmerkt door historische en hedendaagse vernieuwingen in de uitvoerende kunsten. Of, in de woorden van Popo Danes, architect van Noord-Balinese komaf met internationale faam: “De toekomst van Bali ligt in Noord-Bali.”

Conference and festival for North Balinese cultureRegistratie – De conferentie en het festival staan open voor een wijd publiek van kunstenaars, wetenschappers, kunstliefhebbers en toeristen. Om deel te nemen aan de conferentie is registratie nodig. Het festival is vrij toegankelijk, behalve de Grand Opening die alleen voor genodigden is.

Singaraja – Singaraja is een havenstad waar ook Nederlands koloniaal erfgoed te vinden is. Een bezoek aan Noord-Bali laat je kennis maken met een deel van het eiland dat nog niet zo is overspoeld door het toerisme en dat geheel eigen kunst- en cultuurvormen kent.

Kijk voor meer informatie en registratie op: www.northbali.org

De Tas Pasar, een licht zwaargewicht!

De Nederlandse Stichting Taksu ondersteunt een nieuw Balinees initiatief. De herbruikbare Tas Pasar!

Bali wordt geconfronteerd met een overconsumptie van plastic tassen. Per dag worden meer dan 4 miljoen pastic tassen uitgedeeld in winkels en op markten! Na gebruik worden deze tassen verbrand langs de kant van de weg of op erfen. De giftige rook die vrijkomt bij het verbranden van de tassen is een bedreiging voor het milieu en de volksgezondheid. Als speciaal project ondersteunt de Nederlandse stichting Taksu in 2013 de campagne Bawa Tas Sendiri, oftewel Neem Je Eigen Tas Mee!

Tas Pasar en Komang Arnawa Op inititief van Komang Arnawa, tweevoudig wereldkampioen bodybuilding uit Bali, wordt er een alternatieve tas geproduceerd, in samenwerking met het naaiatelier van de Australier David 3rdborn in Kuta. Deze Tas Pasar is een grote boodschappentas die geschikt is voor hergebruik. De opdruk maakt de gebruikers bewust van het probleem en wil hen aanmoedigen: Neem Je Eigen Tas Mee naar de winkel en de markt! Maak Bali vrij van plastic! (www.facebook.com/TasPasar).

Tas Pasar Komang Arnawa Stichting Taksu David 3rdborn
Doneer via Stichting Taksu en maak Bali schoner met de Tas Pasar!

Doneer Met de aankoop en verspreiding van 500 tassen ondersteunt Taksu de start van deze campagne in Noord-Bali. Eén tas kost 32 cent…Help de stichting om hun doel te verwezenlijken. Ga naar www.taksu.nl en doneer!

Meer over Stichting Taksu – Stichting Taksu stimuleert de Balinese kunst en cultuur op regionaal, lokaal en individueel niveau. Jong talent, bijzondere initiatieven en bevlogenheid moedigen zij aan met financiële bijdragen en beurzen. De stichting heeft een fonds voor niet-draagkrachtigen, om hen toegang te verschaffen tot een goede opleiding, te begeleiden bij het vinden van werk of het opstarten van een eigen onderneming. Door actieve fondsenwerving willen zij de continuïteit van onze bijdragen garanderen. Dat maakt hen, met een lokale afdeling, een aantrekkelijk particulier fonds dat de Balinese kunst en cultuur de kans geeft.

Gado-gado dansvoorstelling smaakt naar meer!

Tong Tong Fair 2013 Sang Penari Gado-gado Manuela Biesheuvel Agung Gunawan DwiBhumi Daeysilina Da Ary
Foto: Linda Emor

 

Onder leiding van Manuela Biesheuvel, die net terug uit Java was vanwege haar afstudeerproject aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, werkten we tijdens de afgelopen Tong Tong Fair aan een boeiend project dat wat ons betreft zeker om een vervolg vraagt: een interdisciplinaire dansvoorstelling onder de titel Gado-gado.

De organisatie van de Tong Tong Fair had voor dit jaar een gelegenheidsensemble uit Indonesië over laten komen, genaamd Sang Penari (niet te verwarren met de gelijknamige film!). Dit trio bestond uit danser en choreograaf Agung Gunawan (o.a. assistent- choreograaf van de film Opera Jawa (2006), zijn vrouw, danseres Daesylina Da Ary en danser I Nyoman Sura uit Bali, die overigens ook een rol had in bovengenoemde operafilm.

Ook twee danseressen van DwiBhumi (Roxanne Spijkers en Aafke de Jong) waren van de partij. Eén van de mooie aspecten aan dans is dat het een internationale taal is. Ook al kenden we de uit Indonesië afkomstige dansers nog niet persoonlijk (helaas kon Nyoman Sura niet meedoen omdat hij ziek was geworden, waarschijnlijk door de kou in ons land), toch werden we gevraagd om samen, in slechts anderhalf uur tijd, een voorstelling te maken die we diezelfde avond nog in het Bintang Theater op moesten voeren.

Manuela had alles goed voorbereid en gaf ons telkens kleine improvisatieopdrachten waarvan we het resultaat vervolgens in hoog tempo aan elkaar aan moesten leren. Het werd een korte, maar interessante ontmoeting tussen oost en west. Bovendien was er tijdens de repetitie al publiek aanwezig, wat de druk om iets goeds neer te zetten aanzienlijk vergrootte.

Tong Tong Fair 2013 Gado-gado Manuela Biesheuvel Sang Penari DwiBhumi Agung Gunawan Een mengeling van Javaanse en Balinese dansbewegingen en bewegingen uit de westerse moderne dans werd gezet tegen filmbeelden die tevoren op Java waren opgenomen. Prachtig was het duet tussen Agung Gunawan en zijn vrouw, waaraan duidelijk te zien was dat zij goed op elkaar ingespeeld waren. Wij als westerse dansers waren erg onder de indruk van de uitstraling van het duo en de nieuwe wijze waarop ze omgingen met het traditionele bewegingsmateriaal. Als choreograaf hier in Nederland, ook werkende vanuit twee danstradities, vond ik het fijn om te zien dat dansers aan de andere kant van de wereld met hetzelfde bezig zijn. Dit maakte de samenwerking des te bijzonderder en erg inspirerend.

De voorstelling die we ‘s avonds ten tonele brachten was uiteraard geen smetteloos geheel, maar hier was het experiment ook niet voor bedoeld. Dit werd ook van tevoren aan het publiek uitgelegd. We kregen echter veel positieve reacties en men vond het maar moeilijk te geloven dat de voorstelling in zo’n korte tijd tot stand was gekomen.

Tong Tong Fair 2013 Manuela Biesheuvel Sang Penari DwiBhumi Agung GunawanJammer dat de dansers uit Indonesië alweer snel terug moesten naar hun geboorteland. Daar stond het volgende dansfestival alweer op hen te wachten. Voor ons dansers was deze samenwerking echter hopelijk het begin van meer moois. Dankjewel Manuela, dank jullie wel Sang Penari en dankjewel Tong Tong!

NU: gratis boek bij Balinese schilderijen!

AANBIEDING: bij aankoop van een schilderij van de Balinese schilder I Gusti Putu Sana krijgt u nu het boek “The art of Bali: Reflections of Faith. The history of painting in Batuan, 1834-1994 van Klaus D. Hohn (Pictures Publishers 1996, 204 p., ca. 285 ill.) ter waarde van minimaal 80 Euro cadeau (zolang de voorraad strekt)!

Reflections of Faith the Art of Bali the history of painting in Batuan DwiBhumi Balinese dans kunst

Reflections of Faith the Art of Bali the history of paining in Batuan DwiBhumi Balinese dans kunst

 

DwiBhumi haalde enkele jaren geleden een aantal werken van de Balinese schilder I Gusti Putu Sana uit Pengosekan, Midden-Bali, naar Nederland om hem en zijn familie te helpen in economisch moeilijke tijden. In 2007 werden de werken al tentoongesteld in Galerie “De Coninck” in ‘s-Graveland. De Stichting Indisch Erfgoed wijdde onder andere in 2009 in samenwerking met Museum Coda in Apeldoorn een tentoonstelling aan deze schilder.

Enkele van deze werken zijn nog te koop (inclusief lijst). De gehele opbrengst komt ten goede aan de schilder en zijn familie!

Klik hier voor meer informatie en voor foto’s van de schilderijen.

Neem voor bezichtiging en prijsinfo (tussen de 200 en 350 Euro) contact met ons op.

Op dit weblog en onze website kunt u meer lezen over onze activiteiten op het gebied van Balinese dans (en andere Indonesische dansvormen) en cultuur. Dank voor uw bezoek!

Gusti Putu Sana Balinese schilder DwiBhumi Balinese dans kunst
I Gusti Putu Sana poseert voor een van zijn werken in zijn huis in Pengosekan, Midden-Bali.

 

 

Over VOC-mentaliteit gesproken: ons gezamenlijk geheugen als inspiratiebron voor Balinese dans

untung surapati Balinese dans Legong Guruh Sukarnoputra
Cover van Indonesisch stripalbum over de Balinese held Untung Surapati

In 1968 presenteerde Indonesië’s roemruchte tweede president, Soeharto, het eerste van een reeks ‘Repelita’ (acroniem van Rencana Pembangunan Lima Tahun), zogenaamde vijfjarenplannen. Met behulp van deze plannen wilde zijn regering de bevolking van de diverse regio’s bewust maken van het belang van een eensgezinde natie. Om eventuele jaloezie tussen de verschillende eilanden van de archipel te voorkomen (Aceh heeft olie, Bali toerisme etc.), moest hun gezamenlijke historische achtergrond worden benadrukt. Zo werd de zeer gevarieerde regionale cultuur van het grote eilandenrijk ondergeschikt aan één nationale cultuur in wording.

Na het oprichten van conservatoria op onder andere Java en Bali eind jaren ’60, kreeg een aantal choreografen opdracht van overheidswege om massale dansproducties te maken voor grote podia. Tijdens deze Sendratari (weer een acroniem, ditmaal van seni (kunst), drama (drama/toneel) en tari (dans)) wordt ook vaak nu nog rond 17 augustus, Hari Raya Merdeka (nationale Bevrijdingsdag), de geboorte van de eenheidsstaat Indonesië met veel pracht en praal ten tonele gebracht. Een ander voorbeeld van opgelegd nationalisme vanuit de regering is het instellen van de Hari Pahlawan, nationale Heldendag, jaarlijks terugkerend op 10 november. Eén van de keer op keer gelauwerde helden is Untung Surapati, een Balinese slaaf die de sociale ladder steeds hoger beklom en het Nederlandse leger in de VOC-tijd een lesje leerde. Over hem dadelijk meer.

Surapati verslaat Tack - Tropenmuseum - VOC - Legong - Guruh Sukarnoputra - DwiBhumi Balinese dans
Surapati (l-midden) verslaat Kapitein Tack (r-midden, zie het verschil in grootte!) in Kartasura in 1684. Collectie Tropenmuseum (schilder Tirto/Grisek)

In de jaren volgend op het aftreden van Soeharto (1998) leek er meer ruimte te komen voor de afzonderlijke regio’s om hun eigen identiteit zichtbaarder te maken. Een tendens die momenteel over de hele wereld waarneembaar is en misschien juist wel door de mondialisering lijkt te worden aangewakkerd. Echter, zoals het zo vaak gaat in naties waar een dictator van zijn sokkel valt, is er vrijwel direct na die val sprake van algehele chaos en verwarring. Meerdere groeperingen wedijveren om de macht. Zo krijgt ook in Indonesië een fundamentalistisch Islamitische gedachtengang steeds meer voet aan wal en probeert er bijvoorbeeld een anti-pornowet door te voeren. Dit zou kunnen gaan betekenen dat Balinese vrouwen niet meer met hun doorzichtige kanten kebaya’s in tempels mogen verschijnen en dat danskostuums die de schouders onbedekt laten, zoals bij zeer veel Balinese (tempel)dansen het geval is, ‘not-done’ kunnen gaan worden. Bovendien zouden bepaalde heupwiegende bewegingen die in allerlei dansvormen over de gehele archipel voorkomen (met name in de populaire muziek- en danssoorten Jaipongan en Dangdut) als aanstootgevend kunnen worden ervaren en dus volgens menig imam verboden moeten worden. Tot nu toe blijft het echter bij een, weliswaar steeds heftiger wordende, discussie. De stem van het volk is vooralsnog te sterk. Maar je kunt je afvragen of het simpelweg een geval van is van ‘godsdienstvrijheid’ dat er vlak bij (en hoger gelegen dan) de Pura Ulun Danu, een van de belangrijkste Hindoe-tempels op Bali, een moskee is verrezen. En waarom er op de spandoeken van diverse bakso-kraampjes nu opeens ‘halal’ wordt vermeld. In reactie daarop is er dan natuurlijk meteen ook maar een ‘bakso Bali’-variant in het leven geroepen. Eentje met varkensvlees dus. Maar ik dwaal af.

Guruh Sukarnuputra Legong Untung Surapati DwiBhumi Balinese dans
Guruh Sukarnoputra temidden van de dansers van Legong Untung Surapati – foto: www.baliwww.com

Op welke manier laten Indonesische choreografen zich eigenlijk inspireren door hun nationale geschiedenis? Als voorbeeld neem ik de choreografie Legong Untung Surapati van Guruh Sukarnoputra, notabene de jongste zoon van Indonesië’s eerste president, Sukarno (of Soekarno), het boegbeeld van het nationalisme (ik geef toe, één voorbeeld is een beetje aan de karige kant, maar anders wordt het een nog langer verhaal… dit is internet, bedoelt om te zappen, dus u bent vast een van de weinigen die het leest, waarvoor ik u zeer erkentelijk ben).

Deze dans, kwa structuur, beweging en kostuums geïnspireerd op het klassieke, of traditionele zo u wilt, Balinese hofdansgenre Legong Keraton, vertelt het verhaal van een 17e eeuwse held die zich vanuit Bali als slaaf liet verkopen op een VOC-schip. Kapitein Moor had bewondering voor hem en gaf hem de bijnaam ‘Si Untung’ – ‘De Gelukkige’. In Batavia, het huidige Jakarta, aangekomen genoot hij in eerste instantie dan ook grote vrijheid. Op een dag echter begon hij een affaire met de dochter van de kapitein, Suzanne.

Suzanna Moor - Untung Surapati - DwiBhumi Balinese dans
Suzanna Moor, dochter van Kapitein Moor en geliefde van Untung Surapati. Collectie Rijksmuseum. Schilder onbekend (1629)

Dit moest hij bekopen met een gevangenisstraf. Untung wist te ontsnappen en maakte uit wraak met een bende heel Batavia onveilig. Toch won hij later het vertrouwen van de Nederlanders terug en werkte zich zelfs op tot luitenant van het VOC-leger. Hij speelde echter op listige wijze de sultan van Surakarta en de Nederlanders tegen elkaar uit, waardoor hij er uiteindelijk in slaagde het Nederlandse leger, dat onder leiding van kapitein François Tack stond, in de val te lokken. Hierna stelde hij zichzelf aan als Sultan van Pasuruhan. ‘De Gelukkige’ versloeg nog vele koninkrijken, maar stierf uiteindelijk toch een zeer ongelukkige, maar heldhaftige dood in een gevecht tegen de Nederlanders in 1706.

In zijn moderne Legong heeft Guruh op creatieve wijze gebruik gemaakt van allerlei props die er niet om liegen, zoals een pistool en een groot masker van een blanke man met baard, Kapitein Tack die er van langs krijgt voorstellende (zie foto hieronder). Er wordt door de spelers van het Balinese gamelan-orkest op trommels geroffeld en dansers dragen rood-witte sjerpen daar waar zij de Indonesische kant van het leger verbeelden. Rood en wit zijn immers de kleuren van de Indonesische vlag. Het is actie en drama ten top. Een sterk staaltje geschiedenis en vaderlandsliefde samenkomend op het toneel.

Als ik nu in de Tweede Kamer zat zou ik dus nog maar eens goed nadenken over het te hard dichtdraaien van de subsidiekraan voor kunst en cultuur…

Kapitein Tack Legong Untung Surapati Guruh Sukarnoputra Balinese dans
Repetitie voor Legong Untung Surapati. Danseres draagt masker dat Kapitein Tack voorstelt en een sabel – foto: www.baliwww.com

Maar ook als Indonesiër anno twee-duizend-en-twaalf kun je niet om Untung Surapati heen. Zo heeft Jakarta een universiteit naar hem vernoemd en dragen wegen op de diverse eilanden zijn naam. Tevens schittert hij als hoofdrolspeler in stripverhalen en televisiedrama’s. Je komt hem zelfs tegen als personage in de gelijknamige roman van Melati van Java (pseudoniem voor Nicolina Maria Sloot), een Indische schijfster uit het voormalige Nederlands-Indië (zie bijvoorbeeld www.damescompartiment.nl).

Bali-Jalan_Untung_Surapati

 

 

Jammer dat ik u momenteel bovenstaande dansscène, met onder andere de onlangs gehuldigde danseres A.A. Ayu Bulantrisna Djelantik, schuldig moet blijven, daar ik mijn video-band van de voorstelling nog moet laten digitaliseren. Hopelijk duurt dat niet lang meer. Vooralsnog mijn excuus!