Tagarchief: Oleg Tambulilingan

3 minuten met Nyoman Sura

Het Tong Tong Festival had voor mij dit jaar een speciale lading. Nyoman Sura was uit Bali overgekomen om als één van de gastdansers van het gelegenheidstrio Sang Penari (samen met dansers Agung Gunawan en zijn vrouw Daesylina Da Ary uit Java) deel te nemen aan het programma van het Tong Tong Festival. Sura staat bekend om zijn vernieuwende invloed op de hedendaagse Balinese dans. Maar je kunt pas vernieuwen als je je geschiedenis kent en dat doet Sura dan ook.

Samen dansten we het inmiddels klassieke duet Oleg Tambulilingan uit de jaren ‘50, wat toch wel een droom van mij was. Helaas konden we van tevoren niet repeteren want Sura was ziek geworden, waarschijnlijk vanwege de kou waaraan hij niet gewend was. Nu staat de choreografie min of meer vast en past de mannelijke danser zich over het algemeen aan aan de vrouwelijke rol, dus ik vertrouwde erop dat het goed zou komen.

TongTongFair2013-DwiBhumi-NyomanSura-OlegTambulilingan2
Nyoman Sura uit Bali in Oleg Tambulilingan – Tong Tong Fair 2013. Foto: George Dankmeyer

Vlak voordat we op moesten was Sura er echter nog niet. Het bleek dat hij vanwege de kou toch maar besloten had om een blouse met lange mouwen en sokken aan te trekken. Gelukkig bood danseres Roxanne Spijkers aan om tijd te rekken door zich te laten interviewen door de presentator, ons aller Oom Nono en enkele bewegingen voor te doen aan het publiek. Uiteindelijk kon het moment niet uitblijven. Daar kwam Sura aan en Oom Nono kon onze dans aankondigen. Sura en ik schudden elkaar (voor het eerst) de hand en zeiden lachend: “Tot zo….!”

Nog nooit gingen drie minuten zo snel voorbij. Ik hoopte maar dat niemand in het publiek onze ongerustheid achter de glimlach rond onze lippen kon aflezen. Maar alles ging goed en precies op de laatste slag van de gong belandden we allebei in de juiste slotpositie.

En daar ging Sura weer, even snel als hij gekomen was….naar bed met een flinke dosis Paracetamol. Ik had erg met hem te doen. Voor hem was het immers ook de eerste keer dat hij In Nederland was. Zo had hij het zich vast niet voorgesteld. Nyoman Sura, dank voor je doorzettingsvermogen! Hopelijk mogen we nog eens samen dansen, maar dan op het warmere Bali!

TongTongFair2013-DwiBhumi-NyomanSura-OlegTambulilingan1
I Nyoman Sura uit Bali en Aafke de Jong van DwiBhumi in Oleg Tambulilingan – Tong Tong Fair 2013. Foto: Indo Jago

 

 

“Als ik maar kan dansen, dan ben ik gelukkig!”

Terugblik: Het Tong Tong Festival had in 2010 drie wereldberoemde Balinese dansmeesters te gast: Ida Bagus Oka Wirjana (1929), Jero Made Puspawati (1932) en Ni Gusti Ayu Raka Rasmi (1939).

Aafke de Jong interviewde deze drie Seniman Tua, senior dansmeesters – onder wie maar liefst twee van haar docenten op Bali – in het Bibit-Theater, en maakte voor ‘De Sobat’, het magazine voor Vrienden van Stichting Tong Tong (jaargang14, nr. 3), een uitgebreid verslag, dat nu ook hier is terug te lezen.

Aafke de Jong interview Balinese Seniman Tua Bali Tong Tong Festival 2010: Ni Gusti Ayu Raka Rasmi Ida Bagus Oka Wirjana Jero Made Puspawati
Aafke de Jong interviewt de drie Seniman Tua uit Bali tijdens het Tong Tong Festival 2010: Ni Gusti Ayu Raka Rasmi (links), Ida Bagus Oka Wirjana (2e van links) en Jero Made Puspawati (2e van rechts)

 

Dancing out of Bali – Aarzelend loopt het gerenommeerde drietal door het smalle gangpad naar voren. Onder hun wollen winterjassen schijnt de zon: kleurrijke tempeldracht in fel oranje, paars en gouddraad. Het publiek, dat lang van tevoren al in grote getale is toegestroomd, verwelkomt hen met een luid applaus. De spanning is van de gebruinde gezichten af te lezen. Gracieus en met kaarsrechte rug nemen de dansers plaats achter de microfoon. Op tafel ligt het boek ‘Dancing out of Bali’, met op de cover een foto van danseres Ni Gusti Ayu Raka Rasmi uit 1952, in de rol van de kwaadvoorspellende zwarte raaf uit de hofdans Legong Kraton Lasem. Ze was toen slechts twaalf jaar.

Hindoeïstisch Bali – Ik besluit het interview te beginnen à la Jörgen Raymann, met de vraag: “Wie was uw moeder en wie was uw vader?”, in de hoop hen op een voor het publiek interessante en voor de hoofdpersonen gepaste manier te introduceren. De drie dansers komen uit totaal verschillende gezinnen, alleen al omdat zij een andere kaste-achtergrond hebben, wat in het Hindoeïstische Bali de sociale omgangsvormen voor een groot deel bepaalt. Hoe verschillend ook, bij alledrie waren het de ouders die hen van jongs af aanspoorden om te gaan dansen.

Ida Bagus Oka WirjanaIda Bagus Oka Wirjana (1929), alias Gus Aji Belangsinga, is afkomstig uit de hoogste kaste, Brahmana genoemd. Als hij hogepriester zou zijn geworden, vertelt hij, had hij geen (internationale) danscarrière kunnen nastreven. Hij somt de namen op van de landen waar hij al op het podium stond. De lijst is zo lang dat ik het met vertalen niet meer bij kan houden. Alleen Nederland stond nog op zijn wensenlijstje. Later, in het Bintang Theater, zal hij ons meerdere malen versteld doen staan. Boven de tachtig en nòg veert hij schijnbaar moeiteloos in en uit de kenmerkende kleermakerszit van de kebyar duduk, zoals de dans heet (duduk = zitten).

Kaste-systeem – Het Balinese kaste-systeem is een nogal gevoelig onderwerp en voer voor vooroordelen. Om de link naar dans en theater te maken, heb ik twee dansmaskers meegenomen; één van een koning en één van een dienaar. Gus Aji, die overigens van zijn twee vrouwelijke collega’s steeds de microfoon in handen gedrukt krijgt – hij is immers niet alleen de oudste van het drietal, maar ook nog eens een man èn afkomstig uit de hoogste kaste – staat op en pakt als eerste het masker van de Dalem, de vorst. Hij danst een korte, sierlijke bewegingsfrase die zacht voortkabbelt, maar tegelijkertijd de waardigheid van het karakter benadrukt. Daarna neemt hij het masker van de panasar, de dienaar, en houdt het voor zijn gezicht. Hij maakt een paar komische en ietwat ongecontroleerde bewegingen. De taak van de panasar is het vertalen van hetgeen door de hogere figuren gezegd wordt, maar ook het leveren van commentaar op wat er in de samenleving speelt. Gus Aji spreekt het publiek van achter zijn masker toe in opzettelijk gebroken Engels. Hiermee laat hij in een paar seconden op treffende wijze zien hoe de sociale hiërarchie ook in het Balinese theater speelt.

Raja of geen raja– Over het algemeen is het op Bali gebruikelijk dat iemand van hoge komaf ook in het theater de rol van de koning op zich neemt. In de praktijk blijkt echter dat als je als jaba, persoon uit de laagste kaste (sudra), kwaliteiten hebt om een elegante prins te vertolken, dit geen enkel probleem is. Andersom zijn er ook wel ksatrya’s, leden van de vroeger regerende kaste en krijgers, die, wanneer zij een bijzonder gevoel voor humor blijken te bezitten, de ‘gewonere’ clownsrollen op zich nemen. Voor de Balinezen is het concept dat alles afhankelijk is van desa (plaats), kala (tijd) en patra (situatie) altijd en overal van toepassing.

Ogen als handelsmerkGus Aji heeft zeventien kinderen van twee echtgenotes en is opa van een bijna ontelbare schare cucu’s (kleinkinderen). Hij is 81 jaar maar zijn ogen fonkelen nog steeds. Ogen die zijn handelskenmerk zijn geworden: Gus Aji staat bekend om zijn eigen versie van de seledet, een oogbeweging die in de Balinese dans veelvuldig voorkomt. Normaal gesproken kijk je in zo’n seledet met je ogen wijd geopend naar de linker of rechter ooghoek en dan weer terug naar het midden, zonder te knipperen. Gus Aji kan deze beweging echter ook in hoog tempo van boven naar beneden uitvoeren. Als ik hem vraag of hij dit misschien aan ons zou willen voordoen, beginnen zijn ogen alweer te glimmen.

Balinese dans Tong Tong Festival 2010 Seniman Tua Ni Gusti Ayu Raka Rasmi Jero Made Puspawati Aafke de Jong
Na een workshop Balinese dans van de Seniman Tua tijdens het Tong Tong Festival 2010. Hier Aafke de Jong met haar twee docenten: Ni Gusti Ayu Raka Rasmi (l) en Jero Made Puspawati (r)

Jero Made PuspawatiNi Made Rupawati (1932), zoals zij aanvankelijk heette, is de dochter van een populaire Janger-danseres die haar de basisbeginselen van de Balinese dans leerde. Toen de vorst van Denpasar, de hoofdstad van Bali, de jonge en talentvolle Made zag dansen, vroeg hij haar ten huwelijk. Het was ongepast om te weigeren en Made werd zijn tweede vrouw. Vanaf dat moment noemde men haar Jero Made Puspawati; Jero – letterlijk: “binnen” – is de titel die vrouwen van lagere komaf krijgen als ze met iemand uit een hogere kaste trouwen. Zo werd zij als het ware een “insider”.

Gedragscodes – Op de vraag of haar leven veranderde toen ze in de puri (= paleis) kwam wonen, en zo ja, hoe, antwoordt Ibu Jero aarzelend: “Ja, het werd inderdaad anders.” “Maar hoe dan?”, vraag ik. “Tsja, gewoon….anders!”

Ik kan mij niet aan het gevoel onttrekken dat zij er bewust voor kiest hierop niet verder in te gaan om haar collega’s uit de hogere kaste te ontzien, Het leven in een puri brengt nogal wat gedragsregels met zich mee. Aan haar leerlingen vertelt ze wel eens op lachende toon dat “zij zo naïef was geweest ‘ja’ te zeggen”, want na haar huwelijk werd het haar door haar echtgenoot verboden in de schijnwerpers te staan en mocht zij alleen nog lesgeven. Iets wat zij tot op de dag van vandaag met passie doet. Haar vakkundigheid brengt dansstudenten uit de hele wereld naar haar paleis.

Cross gender-dansen – Haar specialiteit zijn de bebancihan-dansen, de zogenaamde cross-genderdansen, waarin vrouwen mannenrollen dansen. Op deze manier veroverden vrouwen vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw langzaam maar zeker het podium, dat tot dan toe het domein van mannen was. In kleding die grotendeels uit onderdelen van een mannendanskostuum bestaat, zoals de speciaal gedrapeerde kain, lange (dans)rok en specifieke hoofddoek, udeng, was het voor vrouwen wèl acceptabel om in de spotlights te treden. Dit is althans één van de in omloop zijnde theorieën over het feit dat vrouwen pas relatief laat terrein veroverden in de Balinese theaterwereld. Maar was dit niet ook zo in bijvoorbeeld het Europese klassieke ballet?

Jero Made Puspawati DwiBhumi Margapati Kebyar Balinese dans
Een jonge Jero Made Puspawati danst Margapati, een van de cross-genderdansen uit het Kebyar-genre (jaren ’40)

De juiste positie – Een jonge vrijwilligster uit het publiek in het Bibit-Theater laat zich door Ibu Jero in de basishouding (agem) van de Balinese vrouwendans wringen. Want dat is het letterlijk. Ieder lichaamsdeel wordt door de hand van de meesteres in de juiste positie gekneed. Ibu Jero vertelt dat het lesgeven tegenwoordig minder serieus wordt genomen dan in haar tijd en ze vindt het waardevol dat haar docenten haar nog met de harde hand hebben aangepakt. Soms gebruikten zij zelfs een stok, waarover haar rug naar achteren werd gebogen. Zelf is Ibu Jero veel milder. Ze vindt dat leerlingen met serieuze intenties de dans ook op een manier kunnen leren die bij deze tijd past. Bovendien wil ze studenten uit het buitenland niet afschrikken, want het zijn juist vooral deze buitenlanders die geïnteresseerd zijn in de oudere Balinese dansen, haar specialisatie. De jeugd van Bali, zegt Ibu Jero, houdt zich tegenwoordig namelijk meer bezig met populaire tari Disko (discodans), die je snel kunt leren, of met nonton tipi (televisie kijken).

Geduld – Ondertussen voelt de vrijwilligster zich niet echt gemakkelijk op het podium. Ellebogen boven de schouders, vingers naar het plafond gericht, voeten naar buiten gedraaid, knieën in gebogen positie, rug hol, maar wel met je buik ingehouden… en dan natuurlijk niet vergeten adem te halen…. En dat alles met een glimlach om je lippen, alsof het geen enkele moeite kost. Het leren van Balinese dans vergt veel geduld. Na veel gelach en een bemoedigend applaus van het publiek mag onze vrijwilligster weer gaan zitten.

Ni Gusti Ayu RakaNi Gusti Ayu Raka (1939), de jongste van de drie, heeft een ander uniek levensverhaal. Wonende tegenover de puri Mandala in het dorp Peliatan (bij Ubud), was zij als kind bevriend met de twee dochters van de Anak Agung, Oka en Anom, beiden ook jonge dansers. En juist met deze raja had John Coast (impresario en schrijver van o.a. ‘Dancing out of Bali’) het plan opgevat een groep gamelanmusici en dansers te trainen voor een tournee door de VS en Europa. Raka bleek een natuurtalent en had al een goede technische basis.

Flirtende bijen – Bali’s bekendste choreograaf, I Ketut Maria (ook vaak Mario, aangezien in het Balinees de eindklank “a” als een soort “o’ wordt uitgesproken) uit het district Tabanan, maakte op verzoek van John Coast speciaal voor de kleine Raka en de minstens tien jaar oudere danser Sampih het duet Oleg tambulilingan, over twee flirtende bijen die in een tropische tuin een verleidingsdans uitvoeren. Het duet was toentertijd vrij gedurfd, aangezien de vrouwelijke danser haar armen ver boven het hoofd hief. Voordien reikten de armen niet hoger dan de schouders.

Ed Sullivan Show – Op recent ontdekte zwart-wit filmbeelden van de tournee zien we een zeer jonge, fragiel ogende Raka met sierlijke passen de toneeltrap van de Ed Sullivan Show aflopen. De dans die zij en haar partner Sampih daar uitvoeren, is vele malen expressiever èn heeft een hoger tempo dan de hedendaagse variant. De hand van choreograaf Ketut Mario is hier duidelijk aanwezig, wat valt af te leiden uit films uit de jaren ’30 waarin Mario zelf danst. De stijl is, misschien ongedacht, een stuk vrijer dan we tegenwoordig zien.

In de workshop tijdens het Tong Tong Festival 2010, leert Ibu Raka Nederlandse dansstudenten de originele versie uit de jaren ’50. De dans behoort inmiddels tot het stockrepertoire van Balinese danseressen, al staat de hedendaagse stijl ver af van het oorspronkelijke materiaal van Mario. Zo houdt de vrouwelijke danser haar bovenlichaam in de Zuid-Balinese versie bijna horizontaal. Zo blijkt maar weer dat zelfs op het relatief kleine Bali de verschillende regio’s veel moeite doen om zich van elkaar te kunnen onderscheiden en zich een eigen identiteit aan te kunnen meten. Ibu Raka laat met veel elegantie de verschillen zien, waarop er weel veel ‘oooh’s’ en ‘aaah’s’ uit de zaal te horen zijn.

Op de vraag of haar ouders niet bang waren hun 12-jarige dochter op tournee naar het buitenland te sturen, antwoordt Ibu Raka dat zij voornamelijk trots op haar waren en haar steunden in haar drang om te dansen en zich te ontwikkelen. een dergelijke kans krijg je niet vaak. Bovendien ging ze mee met de Anak Agung, zijn dochters en John Coast, dus ze was in goede handen.

Toch had de roem een keerzijde. Haar danspartner Sampih werd een jaar na terugkomst op Bali dood aangetroffen. Men vermoedt dat het om een jaloeziemoord ging, waarschijnlijk vanwege het kleine kapitaal dat de danser aan de tournee had overgehouden.

Momenteel zijn er nog slechts twee personen van die hele groep musici en dansers in leven, vertelt Ibu Raka. Al doe je aan “jam karet”, dan nog glipt de tijd door je vingers. Des te meer een goede keuze van het Tong Tong Festival deze drie Seniman Tua uit te nodigen naar Nederland te komen.

Intan Budaya Negeri Foundation – De senior kunstenaars Ida Bagus Oka Wirjana, Jero Made Puspawati en Ni Gusti Ayu Raka Rasmi hebben met nog enkele andere oudere dansers een stichting voor het behoud van het oude dansrepertoire van Bali opgericht; de Intan Budaya Negeri Foundation. Zij zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de volgende generaties. De dansmeesters geven workshops aan jonge dansstudenten en treden zelf op als Seniman Tua Bali (of Seniman Werdha Bali), Balinese senior-kunstenaars. Het trio toont zich bezorgd over de toekomst van de Balinese dans, met name over de kwaliteit van de uitvoering. Jongeren hebben niet meer het geduld om langdurig te trainen en zich te verdiepen in de techniek en achtergrond van de dans, vinden ze. Volgens Gus Aji mist vooral taksu, oftewel: bezieling, eenwording met het karakter dat je als danser neerzet op het podium. Toen de Seniman Tua zelf les kregen, was er meer tijd voor oefening. Ook kregen ze vaak les van de choreograaf zelf en konden ze bijvoorbeeld vaker repeteren met een live gamelanorkest.

Gelukkig – Tot slot vraag ik aan Ibu Jero of zij het dansen voor een, grotendeels onervaren, Nederlands publiek anders ervaart dan het dansen tijdens een ceremonie in een tempel op Bali. “Het maakt geen enkel verschil”, zegt ze. “Als ik maar kan dansen, dan ben ik gelukkig!”

– Interview en tekst: Aafke de Jong (2010)

Wie de originele tekst en foto’s wil bekijken, surfe naar de website van de Tong Tong Fair (voorheen Pasar Malam Besar).

 

 

Oleg Tambulilingan – van bijen in een tropische tuin

> terug naar dansrepertoire DwiBhumi

>> terug naar foto/videoarchief

Duet tussen twee hommels die in een tuin van bloem tot bloem vliegen en een verleidingsdans uitvoeren.

Deze dans heeft een bijzondere geschiedenis. Begin jaren ’50 nam de Amerikaan John Coast het initiatief om voor het eerst een Balinese dans- en gamelangroep naar de USA te halen. Dit was de groep Gunung Sari uit Peliatan onder leiding van Anak Agung Gede Mandera. Voor deze tournee vroeg hij de Balinese meester-danser en choreograaf I Ketut Maria (spreek uit: Mario) een nieuw energiek duet te maken voor een man en een vrouw. Danseres Ni Gusti Ayu Raka Rasmi (te gast in Nederland in 2010 tijdens het Tong Tong Festival) en danser I Sampih dansten de eerste versie van de Oleg Tambulilingan.

In het huidige Bali, waar mannelijke dansers schaars zijn, wordt de rol van de mannetjeshommel vaak door een vrouw gedanst. Bijzonder aan de dans is dat de danseres bewegingen maakt met haar armen hoog boven het hoofd geheven, hetgeen voor die tijd erg vooruitstrevend was. Ook wordt het bovenlichaam tijdens een groot deel van de solo van de vrouwtjesbij vrijwel horizontaal gehouden, wat een groot beroep doet op het uithoudingsvermogen van de danseres.

Oleg Tambulilingan door DwiBhumi Tong Tong Fair 2012
Roxanne Spijkers en Aafke de Jong dansen Oleg Tambulilingan tijdens de Tong Tong Fair 2012. Foto: Marcel van Beek

> terug naar dansrepertoire DwiBhumi

>> terug naar foto/videoarchief

Nepsnorretjes tijdens het Art Festival Denpasar Bali (Pesta Kesenian Bali)

Nog een, haast beschimmelde, foto uit de oude doos. Tijdens het Pesta Kesenian Bali (PKB) in 1994, het jaarlijkse Art Festival in het schitterende complex van Taman Budaya Bali, Denpasar, waar ik destijds vlakbij woonde, mocht ik, samen met een danser van het ensemble Printing Mas, de Balinese dans van de flirtende bijen Oleg Tambulilingan uitvoeren. Andere danseressen fluisterden mij tijdens het repetitieproces in de bale banjar (open wijkgebouw) steeds benijdenswaardig toe dat ik de verleidingstechnieken van deze Balinese Casanova zeker niet zou kunnen weerstaan.

Maar na een solo van tien minuten, waarbij je in een continue diepe kniebuiging moet staan en je met je bovenlijf bijna horizontaal zijwaarts gebogen moet blijven, staat je hoofd uiteraard nergens anders meer naar dan hoe de resterende vier minuten van de dans te overleven. En dan maar blijven glimlachen naar je mannelijke danspartner die dan pas, en nog geheel onbezweet, ten tonele verschijnt!

DwiBhumi Balinese dans Oleg Tambulilingan Art Centre PKB Denpasar
Oleg Tambulilingan tijdens het jaarlijkse Art Festival (PKB) in Taman Budaya Denpasar 1994 (dans: Aafke de Jong en danser van Printing Mas) – foto: Hedi Hinzler

Maar eerlijk is eerlijk, in zo’n prachtige setting dans je niet vaak, en al zeker niet in Nederland. En ook niet voor zo’n kritisch publiek van louter kunstminnende Balinezen! Een echte vuurdoop dus. Bovendien door een live gamelan-orkest begeleid, wat veel opzwepender is dan muziek van cd waar we het hier in Nederland vaak mee moeten doen.

Ik werd aangekleed door twee Balinese vrouwen die mij blijkbaar nog niet lang genoeg vonden en dus mijn gelungan (hoofdtooi) met gouden bloemen extra hoog maakten…. en dus ook extra zwaar! In die tijd had ik pas een jaar les gehad en was dit dus een ware beproeving. Maar zeker ook een hele eer om uitgenodigd te worden.

 

Dank en hulde aan mijn docente Ibu Jero Made Puspawati die zich met recht een Seniman Tua of Seniman Werdha, titel voor senior Balinees danskunstenaar, mag noemen!

Wil je eens kijken hoe een Balinese Oleg Tambulilingan-dans eruit ziet? Kijk dan bijvoorbeeld eens op onze video-pagina,

Dansrepertoire DwiBhumi

DwiBhumi is een van de weinige in Balinese dans gespecialiseerde gezelschappen in Nederland. Het is onze passie om de sfeer van Bali onder andere door middel van onze dans dicht bij ons publiek te brengen en u zo het gevoel te geven u even echt op Bali te bevinden.

Bali kent veel verschillende dansvormen voor diverse situaties, zoals religieuze (tempel)festivals, overgangsrituelen, waaronder huwelijken en crematies of begrafenissen, maar ook bijvoorbeeld voor artfestivals en danswedstrijden.

Door op de foto’s hieronder te klikken kunt u meer lezen over de Balinese dansen die DwiBhumi onder andere uitvoert. Ook hier in Nederland kunt u dus van de feestelijke warmte van Bali genieten!

Indien gewenst kunnen wij, naast Balinese dansen, ook dansen uit andere delen van Indonesië, zoals West, Midden en Oost Java verzorgen.

Wilt u verder gaan dan alleen Balinese dansen, dan kunnen wij u ook helpen bij de invulling van uw (bedrijfs)feest of bruiloft in de sfeer van Bali. Kijkt u gerust verder op onze website voor meer inspiratie!

Ook nieuwsgierig geworden? Neem gerust contact met ons op.

DwiBhumi Tong Tong Festival Tong Tong Fair Balinese dans Panymebrama
Panyembrama
dwibhumi balinese dance tong tong fair holland kembang girang
Kembang Girang
dwibhumi-balinesedans-taripujabhumi
Puja Bhumi

 

 

 

 

balinesedans-dwibhumi-panjisemirang-fotohanskleijn
Panji Semirang
dwibhumi balinese dance company oleg tambulilingan tong tong fair
Oleg Tambulilingan
dwibhumi balinese dance company netherlands cendrawasih
Cendrawasih

 

 

 

 

Kebyar Duduk Nyoman Sumardika DwiBhumi Balinese dans
Kebyar Duduk
dwibhumi-balinesedansgroep-tongtongfair2015-gadungkasturi
Gadung Kasturi
DwiBhumi Ramayana Balinese dansgroep
Ramayana
DwiBhumi Balinese dans Legong Keraton Roxanne Spijkers Aafke de Jong Muiderpoorttheater
Legong Keraton Lasem
balinesedans-dwibhumi-baristunggal
Baris Tunggal

 

 

 

balinesedans-dwibhumi-tongtongfair2016-foto-hanskleijn-1
Jauk Manis

 

 

 

 

balinese dansgroep dwibhumi pasar malam rijswijk 2015 herwin wels fotografie
Selat Segara

 

 

 

balinesedans-dwibhumi-tongtongfair2016-foto-hanskleijn-1
Merak Angelo
balinesedans-dwibhumi-tongtongfair2016-foto-hanskleijn-1
Sekar Jempiring

Tong Tong Fair 2012 optredens DwiBhumi

Op 17 mei beet DwiBhumi het spits af tijdens de opening van de jaarlijkse Tong Tong Fair (vroeger Pasar Malam Besar) op het Malieveld in Den Haag. Dit jaar was danseres Roxanne Spijkers voor het eerst sinds een aantal jaar weer van de partij en zal in de nabije toekomst hopelijk weer vaak te zien zijn. Samen met Aafke de Jong danste ze de Balinese bijendans Oleg Tambulilingan, die in de jaren ’50 gemaakt werd door I Ketut Maria in opdracht van impressario John Coast voor een tournee door de VS en Europa. De dans werd voor het eerst uitgevoerd door Ni Gusti Ayu Raka Rasmi (vrouwelijke rol) en I Sampih (mannelijke rol) uit Peliatan.

Ook danseres Deby Subiyanti verraste met de Javaanse dans Sri Golek Rejeki uit Solo. Deze dans gaat over een jonge vrouw die zich voor de spiegel mooi maakt om uit te gaan. Ayu Supriyono danste de een deel uit de Balinese hofdans Legong Keraton (het deel van de condong, de hofdienares). Haar jonge leerlingen ontroerden het publiek met de Balinese welkomstdans Panyembrama.

Op dinsdag 22 mei kwam DwiBhumi opnieuw ten tonele met de Oleg Tambulilingan (Aafke de Jong en Roxanne Spijkers). Zij voerden het Indonesische dansprogramma samen uit met de danseressen Febrina Tanoewidjaja en haar zus Amie (Ina Dance), die een verrassende medley van West-Javaanse dansen lieten zien.

Oleg Tambulilingan door DwiBhumi Tong Tong Fair 2012
Roxanne en Aafke dansen Oleg Tambulilingan tijdens de Tong Tong Fair 2012. Foto: Marcel van Beek

Boekpresentatie ‘De dubieuzen’ van Alfred Birney

Aafke danst voor Alfred
Aafke danst Oleg Tambulilingan tijdens boekpresentatie “De dubieuzen” van Alfred Birney.

Aafke de Jong in actie tijdens de boekpresentatie van het nieuwste essay “De Dubieuzen” van Alfred Birney (uitgeverij In de Knipscheer), vrijdag 20 april 2012 in Mondiaal Centrum Haarlem. Ze danste er een deel uit de Oleg Tambulilingan (video), de Balinese dans van de verliefde hommels. Overigens ontwierp Aafke ook het boekomslag. De foto is van Frederique Vlamings.

Eregast van de avond was Marjolein van Asdonck van het Indisch maandblad Moesson. Het interview dat zij had met Alfred Birney was overigens ook genomineerd voor de journalistieke jaarprijs “De Tegel”.
Gitarist Glenn Pennock zorgde voor de muzikale intermezzi.

 

Alfred Birney-De dubieuzen-essay-DwiBhumi-Balinese-dans
Cover ‘De dubieuzen’ van Alfred Birney, essay over het beeld van ‘de Indo’ in de literatuur.

Het nieuwe essay “De dubieuzen” van schrijver Alfred Birney is te koop via bijvoorbeeld boekhandel Van Stockum.